Auto-immuunziekten komen bij vrouwen veel vaker dan bij mannen. Afhankelijk van het soort ziekte 2 tot 10 x zo vaak. Denk hierbij aan ziekten als reumatoïde artritis, lupus, multiple sclerosis, de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, psoriasis, de schildklierziekten van Hashimoto en Graves. Ook binnen de gynaecologie worden er auto-immuunziekten gezien: lichen sclerosus (een huidziekte van vooral de schaamlippen) en endometriose.

Wat is een auto-immuunziekte?
Dit betekent dat het afweersysteem uit evenwicht is. Het afweersysteem kent meerdere afdelingen. De ene afdeling zorgt voor het opeten van ongewenste indringers zoals bacteriën en virussen. De andere afdeling zorgt voor afweer met behulp van stoffen die schadelijk zijn voor indringers, zoals virussen. Een voorbeeld van de eerste afdeling is: een wondje van de huid, dat gaat ontsteken omdat er vuil (en dus ook bacteriën) ingekomen is. Er komt wat pus uit zo’n wondje. Die pus is de verzameling van witte bloedcellen die bacteriën hebben opgegeten om deze zo uit de wond te verwijderen. Een voorbeeld van de tweede afdeling: Je maakt een infectieziekte door zoals mazelen. Daarna heeft je lichaam geleerd om het mazelenvirus te herkennen en krijg je geen tweede keer meer mazelen. Vaccinaties werken via deze tweede afdeling.
De eerste afdeling wordt ook wel het aangeboren immuunsysteem genoemd, de witte bloedcellen die bacteriën kunnen opeten staan altijd paraat. In het bijzonder bij onze barrières, de grensvlakken tussen onze binnenkant en buitenkant. Dit zijn de huid, maar ook al onze slijmvliezen van neus, mond, vagina, baarmoeder, blaas, longen tot darm. De darm heeft daarbij het grootste oppervlak. Meerdere tientallen vierkante meter. Schattingen lopen uiteen van 35 tot 200 vierkante meter. In de darm is het immuunsysteem daarom het meest actief.
De tweede afdeling wordt ook wel het verworven immuunsysteem genoemd. Dit deel moet eerst leren wat er gedaan moet worden tegen een bepaald virus om dan bij elk volgend contact met dezelfde ziekteverwekker meteen in actie te kunnen komen.
Bij een auto-immuunziekte zijn het aangeboren en het verworven immuunsysteem niet met elkaar in evenwicht, het verworven immuunsysteem is overactief en het aangeboren immuunsysteem niet actief genoeg. Bij een aangeboren immuunsysteem dat niet actief genoeg is zijn er twee mogelijkheden: je bent voortdurend ziek, snotterig, hoesterig, koortsig of je bent helemaal nooit ziek. Helemaal nooit ziek? Dat is toch juist goed? Nee, dat blijkt niet het geval. Mensen die echt helemaal nooit ziek zijn, zelfs niet als al hun huisgenoten getroffen zijn buikloop of krentenbaard, zijn niet gezonder. Hun aangeboren immuunsysteem is simpelweg een beetje lui en laat zich aan indringers weinig gelegen liggen.

Waarom komen auto-immuunziekten bij vrouwen vaker dan bij mannen?
Auto-immuunziekten zijn ziekten die meestal pas in of na de puberteit beginnen op te spelen. Dus vanaf het moment dat jonge mensen starten met de aanmaak van geslachtshormonen, estradiol en testosteron. Vrouwen maken veel meer estradiol en mannen maken veel meer testosteron. Testosteron onderdrukt de werking van het verworven immuunsysteem en stimuleert die van het aangeboren immuunsysteem. Estradiol doet juist het omgekeerde. Dit is een belangrijke verklaring waarom auto-immuunziekten, waarbij het verworven immuunsysteem veel harder werkt dan het aangeboren immuunsysteem, bij vrouwen veel vaker voorkomen.

Waardoor ontstaat een overactief verworven immuunsysteem?
Een belangrijke oorzaak is te vinden in de darmen. De darmen zijn een doorlaatbare barrière. Dat is maar goed ook, want voedingsstoffen moeten worden opgenomen via de darmen. Onze darmen worden ook bevolkt door honderden miljarden bacteriën. De meeste van deze bacteriën zijn nuttig, ze breken bijvoorbeeld vezels uit planten voor ons af. Daarbij maken ze bepaalde vetzuren die belangrijk zijn voor het onderhoud van onze darmwandcellen. In de darm zitten altijd ook bacteriën die in geringe aantallen nuttig voor ons kunnen zijn, maar die in grote aantallen ziektes kunnen veroorzaken. Deze bacteriën moeten uiteraard niet ons lichaam binnendringen. Dat gebeurt echter voortdurend toch. Bij het opnemen van voedingsstoffen komen er ook bacteriën en delen van bacteriën ons lichaam binnen. Dat is op zichzelf geen probleem. Ons aangeboren immuunsysteem is immers voortdurend actief en vreet alle ongewenste indringers simpelweg op. Als de barrière die de darmwand vorm echter te doorlaatbaar is, dan komen er meer bacteriën binnen dan het aangeboren immuunsysteem aankan. Je lichaam gaat dan over op ‘chemische oorlogsvoering’. De aanmaak van antistoffen tegen indringers door het verworven immuunsysteem kan de ongewenste indringers in toom houden. Is het probleem van de te doorlaatbare darmwand chronisch of erg groot, dan wordt de rol van het verworven immuunsysteem steeds groter. In de vlijt van antistoffenaanmaak kunnen er dan ‘per ongeluk’ ook antistoffen tegen lichaamseigen weefsels worden geproduceerd. Zoals antistoffen tegen de schildklier of tegen de myelineschede om de zenuwcellen. Dan is er sprake van een auto-immuunziekte.

Andere oorzaken van een auto-immuunziekte:

  1. Chronische stress
    Een belangrijke tweede oorzaak is chronische stress. Als de stress-as, dat wil zeggen het hormonale systeem dat vanuit de hersenen en de hypofyse de bijnieren aanstuurt voor een chronisch verhoogde aanmaak van cortisol. Cortisol is een prima ontstekingsremmer, echter als er te langdurig teveel wordt gemaakt, onderdrukt dit langdurig de werking van het aangeboren immuunsysteem.
  2. Schimmels en overmaat aan gisten in darmen
    Als mensen vaak antibioticakuren hebben moeten nemen kan dit het gezonde evenwicht tussen goede en foute darmbacteriën langdurig ontwrichten. Ook kan dit zorgen voor een overmatige groei van de gist candida in de darmen. Wonen in huizen met schimmels onder vloeren of achter behang en schootjeswanden kan leiden tot schimmelinfecties in het lichaam. Deze infecties kunnen zorgen voor een onbalans in  de werking van het immuunsysteem.
  3. Oestrogeendominantie en hormoonverstorende stoffen
    Hormoonverstorende stoffen kunnen onze oestrogeenreceptoren bezetten en ze verstoren de afbraak van oestrogenen in de lever. Dit zijn twee belangrijke oorzaken van oestrogeendominantie.
  4. Intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen
    Intoleranties voor gluten, melkeiwitten (caseïne), eieren, noten, peulvruchten en nachtschades komen vaak voor bij mensen die kampen met een auto-immuunziekte.
  5. Erfelijk
    In de ene familie komen meer auto-immuunziekten voor dan in de andere. Als er in de directe familie, zoals bij moeder en zussen, auto-immuunziekten voorkomen betekent dat, dat je een hogere kans hebt om deze ziekten te krijgen. Dat betekent niet dat je deze ziekten automatisch zult krijgen.

Lees in de blog Bestrijden van een auto-immuunziekte wat je ertegen kunt doen.

Reageren