In Maart van 2013 werd deze belangrijke verklaring over hormoontherapie bij overgangsklachten gepubliceerd. Het is van belang dat deze verklaring, die in belangrijke mate afwijkt de standaard die Nederlandse huisartsen hanteren bij overgangsklachten, bekend wordt in Nederland.

Wereldwijd consensus over hormoontherapie tijdens de overgang

Deze verklaring sluit inhoudelijk grotendeels aan bij de richtlijn van de IMS (International Menopause Society) uit 2011 (Climacteric 2011;14:302-320) Echter, op een aantal punten wijkt deze verklaring sterk af  van de aanbevelingen gedaan in de 2012 NHG-richtlijn (Nederlands Huisartsen Genootschap) over postmenopauzale hormoontherapie.

In het afgelopen decennium heerste er veel verwarring over het gebruik van hormoontherapie gedurende de overgang (internationaal voortaan aangeduid als MHT, menopausal hormone therapy). Nieuwe bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen 10 jaar, stonden haaks op eerder geaccepteerde klinische richtlijnen, in het bijzonder wat betreft de aspecten van veiligheid en ziektepreventie. Dit leidde ertoe dat veel vrouwen met overgangsklachten onnodig het gebruik van MHT werd ontzegd. Richtlijnen werden gedetailleerd herschreven en regelmatig herzien. Initieel werd de verwarring versterkt door significante verschillen tussen de gepubliceerde richtlijnen. Tijdens recent doorgevoerde herzieningen werden deze verschillen kleiner. In dit kader is in november 2012 op initiatief van de IMS, een rondetafelconferentie georganiseerd voor de vertegenwoordigers van diverse wetenschappelijke verenigingen. Inzet van deze conferentie was om te komen tot een consensus op kernaanbevelingen wat betreft MHT, waarover men onderlinge overeenstemming had bereikt. Daarbij wordt erkend dat deze kernaanbevelingen geen vervanging kunnenzijn voor de meer gedetailleerde en op referenties gestoelde aanbevelingen van nationale en regionale menopauze verenigingen, omdat er wereldwijde variatie in prevalentie van ziekte en variatie in regelgeving bestaat. Dit document onderstreept de internationale consensus met betrekking tot MHT en is bedoeld om zowel vrouwen als zorg professionals te informeren over de juiste toepassing en risico’s van MHT.

MHT is de meest effectieve behandeling voor vasomotore symptomen die veroorzaakt worden door de overgang. Dit geldt voor vrouwen van elke leeftijd. De voordelen van MHT wegen voor vrouwen die jonger zijn dan 60 jaar en/ of voor vrouwen binnen 10 jaar na de menopauze zwaarder dan de mogelijke risico’s.

MHT is effectief en geschikt voor de preventie van aan osteoporose gerelateerde fracturen bij vrouwen met een verhoogd risico die jonger zijn dan 60 jaar en/of binnen 10 jaar na de menopauze.

Gerandomiseerde klinische trials en data uit observationeel onderzoek alsmede uit meta-analyses tonen aan dat MHT met uitsluitend oestrogenen de kans op coronaire hartziekten vermindert, en dat er tevens een afname is van totale mortaliteit bij vrouwen jonger dan 60 jaar en/of binnen 10 jaar na de menopauze. Data van deze onderzoeksgroep met gecombineerd gebruik van een oestrogeen én een progestativum laten een zelfde trend zien wat betreft de mortaliteit, waarbij de meeste gerandomiseerde klinische onderzoeken noch een significante toename noch afname van coronaire hartziekten lieten zien.

Lokale laaggedoseerde oestrogeentherapie heeft de voorkeur bij vrouwen die uitsluitend symptomen hebben als vaginale atrofie of daarmee samenhangend ongemak bij geslachtsgemeenschap.

Oestrogeen-alleen als systemische monotherapie is geschikt voor vrouwen met een status na hysterectomie. Combinatie met een progestativum is alleen nodig bij een uterus in situ.

De optie van MHT is een individuele beslissing waarbij verbetering van levenskwaliteit en het belang dat gehecht wordt aan preventie enerzijds moet worden afgewogen tegen persoonlijke risicofactoren als leeftijd, aantal jaren postmenopauzaal en risico’s op veneuze trombo-embolie, herseninfarct, ischemische hartziekten en borstkanker anderzijds.

De kans op veneuze trombo-embolie en herseninfarct neemt toe bij het gebruik van orale MHT echter het absolute risico is zeer laag bij vrouwen jonger dan 60. Uit observationele studies bleek een lager risico bij transdermale therapie.

De toename van het borstkankerrisico bij vrouwen ouder dan 50 jaar, dat geassocieerd wordt met MHT is een complex onderwerp. Deze toename van mammacarcinoom is primair geassocieerd met het gebruik van gecombineerde MHT. Het risico dat wordt toegeschreven aan MHT is klein en neemt weer af zodra de MHT wordt gestaakt.

De dosering en duur van MHT moet stroken met het doel van de behandeling en bijbehorende veiligheidskwesties en individueel worden bepaald.

Systemische MHT wordt aanbevolen voor vrouwen met een premature overgang (POI, primaire ovariële insufficiëntie) tenminste tot de gemiddelde natuurlijke overgangsleeftijd (51 jaar in Nederland; noot van de vertalers)

Het gebruik van individueel op maat samengestelde (zgn. ‘custom-compounded’) bio-identieke hormoontherapie (zoals in de VS in zwang; noot van de vertalers) wordt niet geadviseerd.

De huidige data ondersteunen niet dat MHT veilig gebruikt kan worden door vrouwen die borstkanker hebben gehad.

Zodra er nieuw wetenschappelijk bewijs beschikbaar komt zullen deze kernpunten in de toekomst opnieuw beoordeeld worden.

Auteurs en leden van het consensus beraad:

  • The International Menopause Society;
  • Tobie J. de Villiers, president (MediClinic Panorama and Dept of Obstetrics and Gynecology, Stellenbosch;
  • University, Cape Town, South Africa);
  • David F. Archer, treasurer (Jones Institute, Eastern Virginia Medical School, Norfolk, USA);
  • Rodney J. Baber, general secretary (Sydney Medical School, University of Sydney, Australia);
  • Mary Ann Lumsden, board member (Reproductive & Maternal Medicine, School of Medicine, University of Glasgow, Glasgow, UK);
  • Amos Pines, director of education and development (Sackler Faculty of Medicine, Tel-Aviv University, Israel);
  • The Asia Pacific Menopause Federation;
  • Christopher J. Haines, honorary secretary (Dept of Obstetrics and Gynecology, Chinese University of Hong Kong, Prince of Wales Hospital, Shatin, New Territories, Hong Kong SAR);
  • The American Society for Reproductive Medicine;
  • Rogerio A. Lobo, past president (Dept of Obstetrics and Gynecology, Columbia University, New York, USA);
  • The International Osteoporosis Foundation;
  • Dominique D. Pierroz, science manager (University of Geneva, Switzerland);
  • The European Meno- and Andropause Society Margaret Rees, President (Reader Emeritus, University of Oxford, UK);
  • Florence Tremollières, board member (Centre de Menopause, Hopital Paule de Viguier, Toulouse, France);
  • The Endocrine Society;
  • Janet E. Hall, past president (Dept of Medicine, Massachusetts General Hospital and Harvard Medical School, Boston, USA);
  • The North American Menopause Society;
  • Margery L. S. Gass, executive director (Dept of Surgery, Cleveland Clinic Lerner College of Medicine of Case Western Reserve University School of Medicine, Cleveland, USA).

Belangenverstrengeling

De vergadering van het consensus beraad werd uitsluitend door de participerende wetenschappelijke gefinancierd.

Deze vertaling van de Global Consensus Statement on Menopausal Hormone Therapy door Barbara Havenith en Ingrid Pinas, gynaecologen, werd gepubliceerd in NTOG volume 126, april 2013, blz. 113-114.

Reageren