Ongeveer 5 op de 100 vrouwen hebben last van premenstrueel syndroom (PMS). PMS behelst dat vrouwen gedurende de laatste twee weken van hun cyclus last kunnen hebben van allerlei lichamelijke en psychische klachten.

De meest voorkomende lichamelijke klachten zijn: gewrichtspijn, vocht vasthouden, hoofdpijn en pijnlijke borsten.
De meest voorkomende psychische klachten zijn: stemmingsveranderingen, vermoeidheid, boosheid, neerslachtigheid.
Vrouwen met PMS hebben geen andere hoeveelheden vrouwelijk hormoon estradiol en progesteron dan vrouwen zonder PMS. Zij hebben wel meer last van de natuurlijke hormoonschommelingen. Als de psychische klachten op de voorgrond staan en als deze klachten ernstig zijn wordt ook wel gesproken van PMDD, Premenstrual Dysphoric Disorder.

Oorzaak
Het is bekend dat hoe meer cycli een vrouw heeft, hoe meer kans er is op het krijgen van PMS. PMS komt dus vaker voor en de symptomen kunnen ernstiger worden naarmate de overgang dichterbij komt. Het is eigenlijk niet normaal dat vrouwen maandelijks een cyclus hebben. Vandaag de dag hebben vrouwen wel 500 cycli in hun leven. Onze voorouder Oer-Eva had misschien maar 50 cycli in haar leven. De rest van haar leven was ze of zwanger of gaf ze borstvoeding of was ze te ondervoed om een cyclus te hebben. Toch kan PMS ook al optreden bij jonge vrouwen, al vanaf de eerste menstruatie.

Er wordt wel gedacht dat vrouwen met PMS last hebben van een disbalans in estradiol en progesteron, de twee belangrijkste vrouwelijke hormonen.
Dit is echter niet de enige reden dan PMS optreedt. Het heeft ook heel veel te maken met hoe het oestrogeen dat in eierstokken en in vetweefsel wordt gemaakt wordt verwerkt. Oestrogenen moeten immers onwerkzaam worden gemaakt, anders zou er geen cyclus zijn. Oestrogeen is een vetachtige stof die wordt gemaakt uit cholesterol via allerlei tussenstappen. De oestrogenen estradiol (uit eierstokken) en oestron (uit vetweefsel) kunnen wateroplosbaar worden gemaakt. Dit gebeurt doordat een enzym een gedeelte van het molecuul water (H2O) koppelt aan het oestrogeen.

OH kan worden gekoppeld aan het 2e, het 4e en het 16e C-atoom van oestrogeen. Er ontstaat dan 2OH-oestron of 2OH-estradiol; 4OH-oestron of -estradiol en 16OH-oestron of -estradiol. Elk van deze vormen van oestrogeen kan via de bloedbaan naar de nieren getransporteerd worden en kan worden uitgeplast of kan via de lever naar de gal en zo via darm en ontlasting het lichaam verlaten. Elk van deze soorten OH-oestrogenen heeft een specifiekere werking dan oestron of estradiol.
De 4OH en 16OH vormen stimuleren celdeling, verjonging, vernieuwing en vruchtbaarheid. Ook zorgen ze voor groei van borstklierweefsel, ze maken de zintuigen gevoeliger en maken het immuunsysteem wat toleranter. Dit zijn allemaal functies die nodig zijn bij het zwanger worden, zwanger blijven en een kind borstvoeding kunnen geven. Vanuit de evolutie heel belangrijke functies. 2OH vormen geven een gezond tegenwicht tegen de 4OH en 16OH zusjes. Een soort van rempedaal waar de andere 2 eerder op een gaspedaal lijken. Bijvoorbeeld zorgt deze vorm voor celrijping als tegenwicht voor celdeling.
Vervolgens worden de wateroplosbare oestrogenen onwerkzaam gemaakt doordat een enzym er het stofje methyl aan koppelt. Dit heet methylatie. Methyl is CH3 en is afkomstig van B-vitamines en van choline. Er ontstaan dan 2-methoxy-oestron, 4-methoxy-oestron maar ook 2-methoxy-estradiol en 4-methoxy-estradiol. 16OH oestron kan niet gemethyleerd worden.

Bij vrouwen met PMS /PMDD zitten er vaak haperingen in de oestrogeenstofwisseling. Er wordt bijvoorbeeld te weinig 2OH oestron gemaakt of te veel 4OH of 16OH oestron of de methylatie vindt niet goed plaats. Om voldoende 2OH oestron te kunnen maken is vooral DIM een gunstig stofje. DIM vindt je in alle koolsoorten, vooral in broccolikiemen, maar het zit ook in andere koolsoorten. De 4-OH en 16-OH productie kan afgeremd worden door bepaalde vruchten of kruiden, het uitscheiden van 16-OH via de darm kan verbeteren door gebruik van chlorella of extra vezels. Om goed te kunnen methyleren zijn B-vitamines nodig, vooral B12, folaat, B6 en B2 maar ook choline. Het is mogelijk dat methylatie bij bepaalde mensen langzamer gaat door erfelijke variatie. Dit verklaart veelal waarom PMS /PMDD ook al kort na de eerste menstruatie kan beginnen.

Als hormonen gebonden zijn aan een bepaald eiwit dat specifiek de eierstokhormonen bindt (seks hormoon bindend globuline, SHBG), kunnen deze niet actief zijn. Gebonden hormonen kunnen niet werken omdat ze niet kunnen binden aan oestrogeenreceptoren op cellen.
De aanmaak van dit specifieke eiwit wordt bevorderd door het eten van het eiwit lignaan, dit zit in lijnzaad en andere zaden en peulvruchten.

Behandeling
Helaas zijn er nog steeds artsen die van mening zijn dat PMS helemaal niet bestaat, zij vinden een behandeling dan ook overbodig en nemen vrouwen met klachten niet serieus. Er bestaat echter ook al een aantal jaar een richtlijn van de Nederlandse Vereniging van Gynaecologen. De reguliere geneeskunde heeft in wetenschappelijk onderzoek gevonden dat leefstijlveranderingen en voedingsaanpassing een goed effect kunnen hebben. Meer bewegen, vooral krachttraining werkt goed. Mediterrane voeding blijkt ook een positief effect te hebben. Mediterrane voeding is wat oorspronkelijk rond de Middellandse zee werd gegeten. Voeding die rijk is aan groenten (500 gram per dag), fruit, noten, zaden, vis, schaal- en schelpdieren, gevogelte, en die beperkt bestaat uit (rood) vlees, gefermenteerde zuivel en (wit)meel producten als brood, pasta en pizza. Ook het nemen van een anticonceptiepil, vooral de pil met het hormoon Drospirenon, zou kunnen helpen. Sommige vrouwen kunnen baat hebben bij het gebruik van een antidepressivum, een z.g. SSRI, in de laatste twee weken van de cyclus.

Bij de Vrouwenpoli kijken we integraal naar gezondheid en ziekte, dus ook naar PMS/PMDD. Een gezonde leefstijl door verse en onbewerkte voeding, vermijden van toegevoegde suikers, voldoende beweging, flexibele omgang met stress door bodymindtechnieken, voldoende slapen en lage blootstelling aan hormoonverstorende stoffen zijn de pijlers van onze aanpak. Het vermijden van hormoonverstorende stoffen blijkt heel belangrijk bij PMS/PMDD. Deze stoffen lijken erg op oestrogeen en moeten op dezelfde manier verwerkt als oestrogeen, dus door wateroplosbaar maken en door methylatie. De capaciteit van deze enzymreacties is beperkt, bij de een meer dan bij de ander. Daarom heeft de een meer last van deze stoffen dan de ander, al zijn ze voor geen enkele mens onschadelijk. Helemaal vermijden van deze stoffen is niet te doen, maar het contact ermee kan wel beperkt worden. Het gaat om:

  • Conserveermiddelen zoals parabenen in verzorgingsproducten en make-up
  • Residuen van bestrijdingsmiddelen
  • Weekmakers in plastic verpakkingen
  • Brandvertragers in stoffering in huis en in kleding
  • PVC in kliklaminaat, vloerbedekking en regenkleding.

Daarnaast raden we vrouwen met PMS/PMDD aan om een oestrogeenmetabolieten test te laten doen in urine. Door deze test kunnen we precies achterhalen óf en hoe de oestrogeenstofwisseling hapert. Hierdoor kunnen we precies zien welke specifieke voedingsadviezen en supplementen werkzaam kunnen zijn. Dat is een gerichtere en effectievere aanpak dan zomaar een supplement met DIM of chlorella te gaan nemen. Ook raden we af om hoge dosis B-vitamines te nemen. Veelal worden er synthetische vormen van B-vitamines verkocht die juist mensen die langzaam methyleren vanwege bepaalde genetische variatie van de regen in de drup kunnen helpen. Sla dus niet zelf aan het dokteren en laat je deskundig adviseren.

Reageren